Een spannende zoektocht naar een moord in 1734
Een spannende zoektocht naar een moord in 1734

Baron von dem Appelle

In het Duitse Ost-Friesland is in de achttiende eeuw een kleine burgeroorlog uitgevochten. Tegenover elkaar stonden de Ost-Friese standen en steden onder leiding van de stad Emden en de vorst van Ost-Friesland, Georg Rudolf van het Huis Cirksena. Er waren altijd al problemen tussen de regerend vorst en de diverse steden en lagere edelen (de zogenaamde ‘renitenten’) over het recht om belasting te heffen in het gebied. Deze problemen werden altijd voor de korte termijn opgelost. In 1717 werd de belastingheffing zeer acuut want door een grote overstroming was er dringend geld nodig om de schade te herstellen. De oude problemen kwamen aan de oppervlakte en op 2 februari 1726 kwam het tot een gevecht tussen de troepen van Georg Rudolf en burgers van met name de stad Emden. De troepen van de vorst wisten de overhand te krijgen. In april van datzelfde jaar kwam het opnieuw tot schermutselingen met dezelfde uitslag. Het pleit was na een paar maanden definitief beslecht in het voordeel van Georg Rudolf. Echter, de kanselier van Georg Rudolf onderhandelde niet erg slim en er bleven twistpunten bestaan. Uiteindelijk voorkwam de Duitse keizer dat de renitenten zwaar gestraft werden. Alle partijen waren behoorlijk verzwakt en toen de stad Emden de hulp van de Pruisische koning inriep om weer een belangrijke handelsstad te worden en de laatste vorst uit het Huis Cirksena stierf kon Pruissen in 1744 redelijk makkelijk Ost-Friesland inlijven.

Heinrich Bernhard von dem Appelle (1686 – 1766) speelde een belangrijke rol in de burgeroorlog zozeer zelfs dat de oorlog naar hem werd vernoemd, de ‘Appel-Krieg’, een ‘eer’ die maar heel weinig mensen ten deel valt. Als secretaris van de standen en steden was hij een uitgesproken tegenstander van Georg Rudolf en bevond hij zich in het middelpunt van het geschil.

Von dem Appelle was ‘Freiherr’, in het Nederlands zouden we zeggen ‘baron’, en woonde in Gross-Midlum. Het is vrijwel zeker dat hij Justus Zeino Abel de Coninck heeft ontmoet. Beide heren waren van adel maar een baron was wel hoger dan een jonkheer (of jonker) zoals de De Conincks waren. Von dem Appelle was, wellicht als hobby, geïnteresseerd in de verhalen over adellijke families en hun afstamming. Van diverse Ost-Friese adellijken heeft hij aantekeningen gemaakt. Ook een handvol Groningse adellijke families (b.v. Ripperda) heeft hij zo beschreven. En er was één Drentse familie waarvan hij de wederwaardigheden heeft opgetekend en dat was de familie De Coninck uit Peize. Hij heeft deze aantekeningen in elk geval na de dood van Justus Zeino Abel in 1742 gemaakt want het lijkt er op dat hij diens dood gebruikt als aanleiding om zijn aantekeningen te maken. En daarom weten we voor een groot deel wat er met Justina Abelina de Coninck gebeurd is.

Een ontmoeting tussen een jonker uit Drenthe en een baron uit Ost-Friesland is minder merkwaardig dan het misschien lijkt. De afstand is fysiek niet heel erg groot en er waren al eeuwenlang contacten tussen Groningen (zowel Stad als Ommelanden) en Noord-Drenthe en Ost-Friesland. Joost Lewe, een voorganger van Justus Zeino Abel de Coninck als heer van Peize, was tijdens de Nederlandse Opstand na het verraad van Rennenberg naar Uplewert in Ost-Friesland gevlucht. Daar woonden zijn dochter en haar man. Von dem Appelle had landerijen in Noord-Groningen dus daar zal hij connecties hebben gehad.

Het drama van Justina Abelina
is een uitgave van Uitgeverij Passage

Deze website is gemaakt door iNFORMule