Een spannende zoektocht naar een moord in 1734
Een spannende zoektocht naar een moord in 1734

Het Huis te Peize

Brinkweg 2 in Peize, een boerderij deels opgebouwd met overblijfselen van de havezate huis te Peize die hier stond. Op de voorgrond het zogenaamde 'Burchtlaantje'.
Brinkweg 2 in Peize, een boerderij deels opgebouwd met overblijfselen van de havezate huis te Peize die hier stond. Op de voorgrond het zogenaamde ‘Burchtlaantje’.

In het weiland bij het pand aan de Brinkweg 2 te Peize staan enkele bruine paaltjes met gele bovenkant. Met deze paaltjes heeft de historische vereniging Pesie-Peize de omtrekken willen aangeven van de havezate die op deze plaats heeft gestaan, het zogenaamde Huis te Peize. Het pand Brinkweg 2 dat bij die paaltjes staat is overigens deels opgebouwd uit overblijfselen van de havezate, dat is vooral goed te zien door de grote ramen die bijna tot aan de dakgoot reiken. Het is duidelijk dat de ramen uit een veel groter huis komen.

De oorsprong van het Huis te Peize is onduidelijk in die zin dat er misschien meerdere huizen zijn geweest met die naam. In de dertiende eeuw is al sprake van een adellijke familie Van Peize die veel invloed in Groningen en Drenthe heeft gehad. Er waren flinke schermutselingen die deel uitmaakten van de zogenaamde Schieringer en Vetkoper twisten. Of er toen ook al een steenhuis was met de naam Huis te Peize is in de historische mist verdwenen, er zijn wel aanwijzingen voor. Het Huis te Peize waar in het boek ‘Het drama van Justina Abelina’ over wordt gesproken heeft echter zeker in het midden van het dorp gestaan op de plek hierboven aangegeven. Het is tussen 1510 en 1520 gebouwd door Wigbolt Lewe. Hij kwam uit een zeer voornaam Gronings geslacht dat al het strategisch belangrijke Huis te Hansouwe langs de weg naar Eelde bezat.

Detail van het schilderij van Collenius met de enig bekende afbeelding van het huis te Peize.
Detail van het schilderij van Collenius met de enig bekende afbeelding van het huis te Peize.

Zo’n eeuw later kwam het Huis te Peize in handen van een andere adellijke familie met Groninger wortels, de Ripperda’s. Rond 1650 deed Bartholomeus de Coninck zijn intrede als eigenaar en dus als heer van Peize. Alhoewel deze familie schermde met een Zweedse afkomst is niet meer bekend dan dat Bartholomeus uit Utrecht kwam. Tot aan de afbraak heeft een nakomeling van deze familie het Huis te Peize in bezit gehad. In 1795 stierf douairière Theotaarda Suffrida van Unia, weduwe sinds 1771 van de laatste heer, Justus Bartholomeus de Coninck. Het Huis ging toen over in de handen van de erfgenamen, de familie Kymmell. Zij verkochten het echter al weer vlot en de nieuwe eigenaren deden hetzelfde zodat het Huis vlot van eigenaar wisselde. Uiteindelijk kreeg de schulte van Peize, Jan Willinge, het in handen. Toen hij stierf hertrouwde zijn vrouw met Geert Kemkers die in sommige bronnen wel timmerman genoemd werd. Dat zal het lot van de waarschijnlijk (enigszins) vervallen havezate definitief hebben bezegeld: de havezate werd afgebroken en de restanten vormden de nieuwe woning van Geert Kemkers of werden bij opbod verkocht. Midden 1810 was de havezate definitief verdwenen.

De havezate was één van de grootste van Drenthe. Er zijn belangrijke vergaderingen gehouden waar de Drentse elite onderdak kon vinden. Het Huis te Peize was één van de achttien officieel vastgestelde havezates waarvan de eigenaar, mits hij ook aan de andere eisen voldeed, een plek in de Drentse Ridderschap kon claimen. Zonder uitzondering heeft de hoofdbewoner van dit recht gebruik gemaakt. Diverse heren van Peize brachten het tot gedeputeerde van het gewest Drenthe.

Het drama van Justina Abelina
is een uitgave van Uitgeverij Passage

Deze website is gemaakt door iNFORMule