Een spannende zoektocht naar een moord in 1734
Een spannende zoektocht naar een moord in 1734

Rudolf de Mepsche

Er zijn jaren geweest dat de naam ‘Rudolph de Mepsche een siddering door het Groninger Westerkwartier deed gaan. De 24e september 1731 is een schandvlek in de Nederlandse geschiedenis, één van de grootste massa-executies ooit in dit land heeft op die datum plaatsgevonden. De gronden waarop 22 jongens en mannen (de helft was 21 jaar of jonger) waren ook in die tijd op zijn minst twijfelachtig.

De hoofdverantwoordelijke voor deze gebeurtenissen was dus Rudolph de Mepsche (1695-1754). Hij was grietman (vgl. burgemeester en rechter) van het rechtsgebied Oosterdeel-Langewold in het Groningse Westerkwartier. Dat was een gekozen functie. Stemrecht hadden de aanzienlijke boeren in dat gebied maar deze waren economisch vaak afhankelijk van De Mepsche of diens tegenstrever Maurits Clant. Veel boeren hadden geld geleend van één van deze beiden in ruil voor, onder andere, een stem bij de verkiezingen voor het ambt van grietman. In 1731 was de stemming dus ten gunste van De Mepsche uitgevallen. Hij had contact met dominee Hendrik Karel van Bijler, een echte scherpslijper die veel contact met de grietman had. Van Bijler bracht in april 1731 een boekje uit waarin hij waarschuwde voor de ‘gruwelijke zonde van sodomie’. Nergens wordt heel duidelijk wat hier mee bedoeld werd, ook niet in de rechtbankverslagen die daarna volgden, maar het zal gaan om wat tegenwoordig onder homofilie en bestialiteiten wordt verstaan. De theorie werd dus geleverd door Van Bijler, de praktijk kwam in handen van De Mepsche. De angst voor een Goddelijk ingrijpen vanwege de vele zonden die in het Westerkwartier werden begaan (in de ogen van de grietman) waren zo groot dat De Mepsche zelf de zondigen wilde straffen. Als hij daar niet snel mee begon dan zou het het Oosterdeel-Langewold wel net zo kunnen vergaan als het Bijbelse Sodom en Gomorra. Zo kwamen de veroordeelden aan de naam ‘Sodomieten’.
In totaal liet De Mepsche meer dan twintig mensen arresteren en berechten. Op 24 september 1731 kwam het dan tot de executie van 21 veroordeelden. Één van de gevangenen was iets eerder al overleden maar zijn lijk werd ook op de boerenkar naar de executieplaats in Zuidhorn gebracht. Onder grote publieke belangstelling werden de 21 levenden op de Westergast (ook wel Cisellap genoemd) gewurgd en daarna, samen met het lijk van de al overleden gevangene, op de brandstapel gegooid. Het moet voor iedereen, en zeker voor de nabestaanden, een hartverscheurend spektakel zijn geweest. De vervolgingen werden daarna nog niet gestaakt alhoewel de bemoeienis van De Mepsche wel verminderde. Zijn vermogen was enorm geslonken door alle onkosten die hij voor de processen en de executie had moeten maken. Nieuwe gevangenen werden in Groningen opgesloten. Tot doodvonnissen kwam het niet meer maar de straffen van de al dan niet schuldigen waren zeer fors. Één van de beklaagden heeft ongeveer 50 jaar gevangen gezeten. Toch viel er nog een dodelijk slachtoffer, Jan Clasen Pot, een eigenerfde boer. De vele martelingen, die iedere verdachte moest ondergaan, waren hem teveel geworden. Hij stierf in een stad-Groninger gevangenis.
De Mepsches rol was uitgespeeld in Oosterdeel-Langewold. Zijn invloed werd overvleugeld door zijn grote tegenstander, Maurits Clant van de borg Hankema in Zuidhorn. Deze was op een gegeven ook beschuldigd van sodomie maar zijn macht en aanzien bewaarden hem van de gevangenis. De Mepsche kwam op het eind van zijn leven weer boven Jan toen Willem IV benoemd werd tot stadhouder van Groningen. De Mepsche was altijd een fervent aanhanger geweest van de Oranjes en daar werd hij nu voor beloond. Willem IV benoemde De Mepsche tot drost van Westerwolde en hij had nu weer een goed inkomen en macht. Hij stierf in 1754 en ligt begraven in de Martinikerk.
Zuidhorn is landelijk bekend geworden door deze afschuwelijke affaire. Het zou goed zijn als zij deze kwade reputatie teniet zou doen door een herinnering aan de 23 slachtoffers te plaatsen, in wat voor vorm dan ook. En dat zou het mooist zijn zo dicht mogelijk bij de executieplaats aan de Westergast. Het zou een goed signaal zijn dat de ongelukkigen ook in de 21-eeuw niet zijn vergeten en dat er afstand genomen wordt van dit soort rechtspraak en godsdienstwaanzin.

Het drama van Justina Abelina
is een uitgave van Uitgeverij Passage

Deze website is gemaakt door iNFORMule