Een spannende zoektocht naar een moord in 1734
Een spannende zoektocht naar een moord in 1734

Antonius Clant

Wat betreft afkomst is Antonius Clant bijna ongrijpbaar. Ondanks zijn illustere achternaam (de familie Clant is in het gewest Groningen in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw zeer groot en aanzienlijk) is niet bekend wie zijn ouders waren en wanneer en waar hij geboren is. Antonius Clant kan de vergelijking met de ‘scharlaken Pimpernel’ dan ook moeiteloos doorstaan. En dat terwijl hij aan de Groninger Academie is opgeleid en in drie dorpen als predikant werkzaam is geweest. Dat zijn afkomst niet te achterhalen is , is dan ook een raadsel op zich.

Het wapen van de familie Clant in was. Meest kenmerkend zijn de drie vissen in een schuine balk. Dit zegel is gebruikt door Louwert Clant in 1636.
Het wapen van de familie Clant in was. Meest kenmerkend zijn de drie vissen in een schuine balk. Dit zegel is gebruikt door Louwert Clant in 1636.

Het zou kunnen dat hij een bastaardzoon is van één van die Clanten of dat hij de zoon van een bastaard is. Dan zou hij altijd nog de naam Clant kunnen dragen maar niet meer de adellijke titel die alle andere Clanten wel voerden. Zijn biologische vader zou dan wel in zijn onderhoud kunnen voorzien en zijn opleiding betalen. Het is ook mogelijk dat het een bastaard van vrouwelijke kant is, dat maakt het zoeken nog veel moeilijker. Overigens, ook in de familie De Coninck was dit voorgekomen. De opa van Justina Abelina en Justus Zeino Abel de Coninck was Bartholomeus de Coninck. Deze trouwde met Margaretha Ripperda, een onecht kind van Wigbolt Ripperda en zijn dienstmeid (naar verluid) Catharina Beckers. Margaretha was echter wel volledig gewettigd door haar vader en kon daardoor erven.

Het zou ook kunnen dat Antonius Clant een zogenaamd ondergeschoven kind was. Het kwam wel voor dat een kind grootgebracht werd door andere ouders dan zijn eigen. Dat kon te maken hebben met het gegeven dat het biologische ouderpaar niet meer compleet was of dat rijke mensen (die zelf een kind hadden verloren) een kind overnamen om het meer kansen te geven op een goede opleiding en een betere baan. Als dit ook bij Antonius Clant aan de hand was zou dat een verklaring kunnen zijn voor het feit dat hij de enige Clant was met die voornaam. Als hij uitbesteed was aan een familie Clant dan zou hij die achternaam hebben gekregen maar zijn voornaam hebben behouden. Wellicht was er op die manier een link met Maurits Clant van de borg Hankema in Zuidhorn. Deze heeft ongetwijfeld zijn invloed aangewend om Antonius Clant benoemd te krijgen in het op een steenworp afstand gelegen Noordhorn. Maurits Hankema had maar één zoon die waarschijnlijk een leeftijdsgenoot van Antonius Clant was. Sluitend bewijs voor de veronderstelling dat Antonius Clant opgevoed is bij Maurits Clant is er echter niet. In testamenten en dergelijke komt Antonius Clant niet voor.

Er zijn natuurlijk wel feiten bekend omtrent Antonius Clant. Het is onomstotelijk bewezen dat hij afkomstig was van de Groninger Ommelanden. Bij zijn inschrijving aan de Academie van Groningen staat ‘Omlandus’ achter zijn naam. Zijn studie theologie duurde van 1717 tot 1723. Toen werd hij predikant van Oldehove. Deze betrekking verruilde hij in 1731 voor Roderwolde in Drenthe, wel een ander gewest maar eigenlijk heel dichtbij. Begin 1734 veranderde hij nog één keer van plaats, hij ging naar Noordhorn waar hij overleed in 1737.

De verhuizing van Roderwolde naar Noordhorn gebeurde in een zeer emotierijke periode in Antonius’ leven. Zijn vrouw, Justina Abelina de Coninck, was enkele weken daarvoor overleden onder mysterieuze omstandigheden en het in juni 1733 geboren dochtertje was binnen een half jaar ook al gestorven. In de anderhalf jaar daarna voerde Antonius Clant een heftige rechtszaak met zijn zwager Justus Zeino Abel de Coninck over de erfenis van zijn vrouw.

Was de periode in Roderwolde zeer enerverend, in de bronnen over zijn activiteiten als dominee in Oldehove en Noordhorn is niet zoveel schokkends te melden. Het doet volgens de verslagen gewoon zijn werk, doet de catechisatie en houdt de diverse registers bij over doop, huwelijk en begrafenis van de lidmaten in die plaatsen. Wel wekken de bronnen de schijn dat hij in Noordhorn bezig geweest is met wetenschappelijk werk. Zo had hij contacten met Groninger professoren en vertaalde de tekst die een bekend theoloog, Daniël Gerdes, deed bij de intrede in Groningen uit het latijn.

Ondanks dat veel elementaire zaken rond Antonius Clant niet bekend zijn vermelden alle bronnen wel zijn sterfdatum. Helaas allemaal fout: iedereen citeert iedereen wat dat betreft en dus staat overal 2 juli 1737. Uit de bronnen blijkt echter dat hij een maand eerder is overleden, 2 juni 1737.

Het drama van Justina Abelina
is een uitgave van Uitgeverij Passage

Deze website is gemaakt door iNFORMule