Een spannende zoektocht naar een moord in 1734
Een spannende zoektocht naar een moord in 1734

Justus Zeino Abel de Coninck

In 1724 overleed Justus de Coninck, heer van Peize en Mensinga en assessor (plaatsvervanger van de drost) van Drenthe. Hij had vier kinderen, drie dochters en één zoon. Laatstgenoemde was Zeino Abel de Coninck die na de dood van zijn vader ook diens voornaam toevoegde. In 1724 werd Justus Zeino Abel de Coninck dus de nieuwe heer van Peize. Hij verruilde toen huize Mensinga in Roderwolde waar hij tot dan toe woonde voor de havezate Huis te Peize. Zijn moeder, de weduwe Abelina van den Clooster, bewandelde de omgekeerde weg. Zij verhuisde van het Huis te Peize naar Mensinga waar zij tot haar dood in 1743 gewoond heeft.

Aangezien Justus Zeino Abel de enige zoon was zal hij klaargestoomd zijn om zijn vader in allerlei functies op te volgen. De De Conincks behoorden altijd tot de Ridderschap in Drenthe, zeg maar de vertegenwoordigers van de adel die door hun afkomst een belangrijke stem hadden in het bestuur van het gewest. Zo was Justus Zeino Abel lid van de Landdag, de vergadering waarin eigenerfde boeren en de Ridderschap de belangrijke beslissingen namen. Ook was hij lid van de Etstoel (het hoogste gerecht in Drenthe) en hij was meerdere jaren gedeputeerde. Deze laatste groep, altijd twee uit de groep van de eigenerfden en twee uit de Ridderschap, was belast met het directe bestuur van Drenthe. Al met al was hij wat betrof zijn functies een waardig opvolger van zijn vader en opa Bartholomeus de Coninck. Assessor van Drenthe was hij echter nooit.

Justus Zeino Abel de Coninck zal omstreeks 1698 zijn geboren, exacte gegevens ontbreken (zie Justina Abelina de Coninck). Hij lijkt meerdere carrières te hebben nagestreefd want hij werd cornet in het leger en schreef zich in 1716 in aan de Groninger Academie. Omdat hij echter voorbestemd was om heer van Peize te worden zal hij dit allemaal niet afgemaakt hebben.

Justus Zeino Abel was getrouwd met Barbara Elisabeth van Schratenbach, afkomstig uit een van oorsprong Duitse adellijke familie die zich echter al enige generaties had gesetteld in de buurt van Holwerd in Friesland. Uit het huwelijk kwamen zes kinderen voort. De beide oudste hebben hun ouders overleefd, de vier jongste niet, De oudste zoon was Justus Bartholomeus die zijn vader opvolgde als heer van Peize, met hem stierf de familie in mannelijke lijn uit. De oudste dochter was Lucia Helena, zij trouwde met Hiëronimus Wolter Kymmell, een telg uit een zeer vooraanstaande familie maar niet van adel.

De verslagen van de Etstoel staan vol met de naam Justus Zeino Abel de Coninck. Dat kwam natuurlijk vooral omdat hij ette was maar relatief vaak gebruikte hij de Etstoel om een geding dat hij met de één of ander had te slechten. Het proces dat hij jarenlang volhield tegen zijn zwager Antonius Clant was wat dat betreft een goed voorbeeld (twistpunt was de erfenis van Justina Abelina de Coninck) maar er zijn andere voorbeelden te noemen.

Ongetwijfeld was Justus Zeino Abel de Coninck een interessant persoon. Hij duikt op de gekste plekken op, bij een gesprek met een Duitse baron of bij de gevangenen die beschuldigd worden van sodomie in de nasleep van de verschrikkelijke gebeurtenissen rond Rudolph de Mepsche. Justus Zeino Abel de Coninck overleed in 1742, zijn moeder overleefde hem dus een jaar.

Het drama van Justina Abelina
is een uitgave van Uitgeverij Passage

Deze website is gemaakt door iNFORMule